Op welke wijze helpt bewegen bij leren?

Kennisartikel

Voldoende bewegen is essentieel voor een gezond leven. Naast de voordelen voor onze lichamelijke gezondheid heeft bewegen ook effect op ons brein. Waaronder ook onze leervaardigheden. Dit is voor onze statushouders erg interessant is: zij moeten immers een nieuwe taal en cultuur leren kennen.

In dit kennisartikel leggen we uit wat bekend is over het effect van bewegen op leren.

Onderzoeker Marck de Greeff heeft onderzoek gedaan naar bewegend leren. Tijdens het online event Sportief Inburgeren van Bewegen Werkt op 23 maart 2021 vertelde Marck over zijn onderzoek.

Wat weten we vanuit onderzoek?

  • Er is een positieve relatie tussen de fysieke activiteit van een kind en de prestaties op school (Tomporowski, Davis, Miller & Naglieri, 2008). Dit betekent dat kinderen die meer bewegen, vaak ook beter presteren.
  • Energizer (beweegtussendoortjes): Minimaal 10 minuten matig intensief, of 5 minuten intensief bewegen (Howie et al. 2014; Grieco et al. 2016) oftewel acute fysieke activiteit heeft een klein tot gematigd positief effect op aandacht van kinderen (de Greeff et al. 2017). Dit betekent dat kinderen die tussen het leren door bewegen een beetje makkelijker hun aandacht bij het leren houden!
  • Een aantal weken frequent bewegen heeft bij kinderen een groot positief effect op aandacht en een klein-gematigd effect op uitvoerende vermogens (werkgeheugen, cognitieve flexibiliteit) en leerprestaties (spelling, lezen en rekenen) (de Greeff et al. 2017). Dit betekent dat kinderen die meerdere weken regelmatig bewegen een beetje makkelijker hun aandacht bij het leren houden en een beetje makkelijker wisselen van taken.
  • Een aantal weken frequent cognitief uitdagend bewegen heeft een gematigd – groot effect op uitvoerende vermogens (werkgeheugen, flexibiliteit, remming en planning) (de Greeff et al. 2017). Dit betekent dat kinderen die meerdere weken regelmatig moeilijke bewegingen maken makkelijker dingen onthouden, wisselen van taken, verstorende signalen (geluiden, beelden) negeren en makkelijker plannen.
  • Bewegen verbeterd bij ouderen taken waar planning, ordening, coördinatie, remming en werkgeheugen van belang zijn (Churchill et al. 2002). Dit betekent dat ouderen die bewegen makkelijker dingen plannen, ordenen, verstorende signalen (geluiden, beelden) negeren en makkelijker onthouden.

Hoe kan dat dan?

Mogelijke verklaringen voor de positieve relatie tussen fysieke activiteit en prestaties zijn op korte termijn betere aandacht en concentratie. Wellicht komt dat door de positieve invloed van bewegen op hogere cognitieve functies, zogenaamde executieve functies. Deze functies maken het mogelijk dat iemand doelgericht bezig is. En dat bijvoorbeeld afleidende prikkels worden onderdrukt/genegeerd. Op langere termijn een betere doorbloeding van de hersenen, de aanmaak van nieuwe zenuwcellen en het ontstaan van meer verbindingen tussen de zenuwcellen.

Om iets nieuws te leren, heb je letterlijk een nieuwe verbinding (weg) nodig tussen hersencellen. Hoe vaker/intensiever je dit nieuwe stukje weg gebruikt hoe ‘steviger’ de weg wordt. Waardoor je het ook minder snel kwijt raakt.

Wat doet bewegen met de hersenwerking volgens onderzoek

  • Fysieke activiteit en vooral uithoudingsvermogenstraining zorgt voor een grotere aanmaak van nieuwe neuronen (zenuwcellen) en het aanleren van (zeker uitdagende) vaardigheden zorgt dat deze nieuwe neuronen blijven bestaan (Curlik et al 2013). Dat betekent dat een combinatie van oefeningen waar je moe van wordt (je uithoudingsvermogen traint) met het aanleren van vaardigheden helpt om deze vaardigheden sneller te leren en deze vaardigheden langer te beheersen.
  • Fysieke activiteit stimuleert neuroplasticiteit (de flexibiliteit van de zenuwen) en daarmee vergroot het iemands mogelijkheid om met ander gedrag op nieuwe eisen te reageren. Nieuw onderzoek laat zien dat een gecombineerde fysieke en cognitieve training tot een vergroting van beide (fysieke en cognitieve) effecten leidt. Daarbij is het belangrijk om de verhoogde cardiovasculaire activiteit vast te houden om de neuro-cognitieve effecten te behouden (Hötting et al 2013). Dat betekent dat een combinatie van oefeningen voor je lichaam en voor je brein, de effecten op zowel je lichaam als je brein vergroot.
  • Fysieke activiteit verhoogt de doorbloeding van de hersenen, dit komt doordat door beweging je hart harder gaat pompen, waardoor je hart meer bloed naar de hersenen pompt en de vaten in je hersenen wijder worden (om meer bloed door te laten). Daardoor krijgen de hersenen voeding en zuurstof. De toegenomen doorbloeding werd onder andere aangetoond door onderzoek van Hillman et al 2005.

Hoe wij bewegen toepassen bij het leren voor statushouders

In onze programma’s combineren wij bewegend leren met cognitief uitdagend bewegen in een programma dat meerdere weken duurt en waarin deelnemers actief worden uitgedaagd steeds nieuwe doelen te stellen en worden gestimuleerd om ook na het programma te blijven bewegen. Dat betekent dat alle voordelen van bewegen op leren in ons programma zitten! Hieronder tonen onze coaches Anke en Linda hoe dat dan kan gaan in ons programma.

Voorbeelden

Welke beweging doe je? Bij het warmlopen roept de coach een commando en de deelnemers roepen hetzelfde als ze het commando opvolgen. Bijvoorbeeld: lopen, springen, omkeren, bukken, stoppen, rondje draaien. Dit kan ook met: links, rechts, achteruit, vooruit, etc.

Welk deel van je lijf beweeg je? In de kring spieren rekken en benoemen van lichaamsdelen enkels, knieën, pols etc. Of met een bal overspelen en kleine zinnen oefenen: Ik gooi de bal naar …, ik vang de bal van …., ik schop de bal naar…., ik rol de bal naar…, ik krijg de bal van….

Quiz/spel over de Nederlandse maatschappij en/of gezonde leefstijl. Bijvoorbeeld een renspel met meerdere teams waarbij de deelnemers (meerkeuze)vragen beantwoorden over de Nederlandse maatschappij/gezonde leefstijl. Vragen als; welk seizoen past bij deze foto, hoe heet de koning van Nederland, haring bevat veel gezonde vetten. Of een estafette met briefjes met voedingsmiddelen in het juiste vak plaatsen van de schijf van 5, bijvoorbeeld melk, boterham, etc.

Onze coach aan het woord

Linda: “Iedereen die tijdens de lessen een kijkje na in de gymzaal was onder de indruk van de energie en de dynamiek van de deelnemers. Naast dat deelnemers, door het bewegen, veel tactiele, auditieve, cognitieve en visuele informatie over taal ontvingen was ook de sfeer waarin dit leren plaatsvond uniek. De deelnemers hadden plezier, waren ontspannen, vergaten even de problemen en werden door allerlei beweegvormen uitgedaagd hun best te doen. Ook deelnemers die zich aanvankelijk passiever opstelden werden veelal meegezogen in het enthousiasme van anderen. Opvallend was ook dat deelnemers elkaar steeds meer gingen helpen, er ontstond een leerklimaat en men werd nieuwsgierig naar woorden en letters. Binnen spelvormen, estafettevormen, kringvormen, renspellen, allerlei bordspelen, mikspellen e.d. kwam de taal ( letters, woorden zinnen) steeds terug. Daardoor ontstond veel herhaling zonder dat het ‘leren’ saai werd.”

“De mooiste herinnering heb ik aan de vormen waarbij deelnemers letters/woorden lopen, doorgeven, klimmen (in wandrek) en daarbij de letters schrijven of uitbeelden (het woord TOP was favoriet ha, ha). Daarin spelen ook vaardigheden als samenwerken en sociabiliteit een grote rol. De sfeer en plezier die dit opleverde was enorm stimulerend voor het leren. De taal wordt beleefd, doorleefd en dat verbindt..”

Wil je meer weten over de effecten van bewegen op leren?

Op 23 maart 2021 organiseerden wij het online event Sportief Inburgeren. Tijdens dit event vertelde Marck de Greeff over zijn onderzoek. Je kan zijn presentatie terugkijken.