Gezondheidsverbetering vergt een intensieve begeleiding

Laatste nieuws

Het verschil in levensverwachting tussen laag- en hoogopgeleide mensen is erg groot. Dat is niet met simpele maatregelen weg te werken. Laagopgeleide leeft korter en in slechtere gezondheid’ was de kop boven een artikel in deze krant vorige week. Een rapport van het CBS liet de enorme verschillen zien in gezondheid en levensverwachting tussen mensen met verschillende soorten opleidingen. Of we nu spreken over ‘laag of hoog’, of over ‘praktisch of theoretisch’ maakt daarbij weinig uit, verschillen die oplopen tot vijf jaar zijn erg groot. Het is vooral zuur voor mensen die minder aanleg hebben om te leren, die eerder beginnen met werken en zijn aangewezen op banen die fysiek zwaar werk bevatten, dat ze minder jaren in goede gezondheid leven.

Je zou zeggen: een reden voor de overheid om hier iets aan te doen. Maar hoe? Om beleid te bedenken dat echt zal werken is het noodzakelijk om een goed idee te hebben van de oorzaken van een probleem. De gezondheid van mensen wordt door heel veel verschillende zaken beïnvloed en dat maakt het ingewikkeld. Ongezond werk heeft veel invloed, maar de levensstijl van mensen is zeker zo belangrijk. Ongezonde keuzes in eten en bewegen zijn op het moment zelf vaak aantrekkelijker dan gezonde. Dan gaat het niet zozeer om de kosten. Het is een misverstand om te denken dat gezond eten en bewegen duur zijn. Een gewone gesmeerde boterham is heel betaalbaar, water is de beste en goedkoopste drank die er bestaat, niet snacken en minder eten is altijd goedkoper dan veel eten of grotere porties. En bewegen kan ook gratis: wandelen, hardlopen, fietsen, de mogelijkheden zijn eindeloos. Waarom is het dan toch zo moeilijk?

Lange termijn

Lekker eten geeft op het moment zelf vaak meteen voldoening en heeft pas gezondheidseffecten op de lange termijn. Bewegen vergt inspanning en kost energie. Gezond leven vergt dat we ons iets moeten ontzeggen omdat we weten dat we daar in de toekomst profijt van zullen trekken. Dat vergt extra motivatie en zelfbeheersing. Wil en wilskracht zijn onmisbaar: de wil om te investeren in je gezondheid en de wilskracht om dat voornemen ook in de praktijk te realiseren. Investeren in gezondheid is in dit opzicht vergelijkbaar met investeren in een goede opleiding. Studeren is voor veel kinderen en jongeren ook niet datgene dat ze op het moment het liefste zouden doen, maar het is wel iets waar ze later veel profijt van zullen hebben. Uiteraard worden school- en studieresultaten in hoge mate bepaald door aanleg, maar motivatie en wilskracht spelen ook een niet te onderschatten rol. Als deze oorzaken een belangrijke rol spelen, dan zijn verschillen in gezondheidsgedrag dus niet zozeer het gevolg van verschillen in opleiding, maar zijn ze beide ten dele het gevolg van deze achterliggende verschillen in motivatie en wilskracht.

Overheidsbeleid

De les hiervan voor overheidsbeleid? Een paar simpele maatregelen zullen niet volstaan. Motivatie en wilskracht komen op jonge leeftijd tot ontwikkeling en zijn deels ook aangeboren. We zitten dan in het privédomein van de opvoeding, waarvan we doorgaans niet graag hebben dat de overheid zich al te bemoeizuchtig opstelt. Op latere leeftijd zijn intensieve programma’s nodig om effect te sorteren. Het is in dit verband bemoedigend om te lezen dat steeds meer mensen gebruikmaken van intensieve ondersteuning bij het stoppen met roken. Als we ook op andere gebieden iets willen doen aan gezondheidsverbetering, dan is er ook een breder pakket aan intensieve begeleiding nodig.

Bron: Tubantia, Pieter-Jan Klok. Pieter-Jan Klok is als universitair docent beleidswetenschappen verbonden aan de Universiteit Twente.